Reactie Jan Jaap

Posted by on Jan 8, 2013 in Blog Herre Faber | No Comments

Dit is de reactie van Jan Jaap de Morree op de blog van Herre Faber.

Beste Herre,

Mijn fascielezing heeft je zodanig geraakt dat een blog het resultaat was. Hierin wordt de intentie die ik had bij het formuleren van de rol van bindweefselvliezen in bewegingsketens zo door jou gebagatelliseerd dat ik, na zorgvuldig nadenken over een reactie, een toevoeging schets.

Het scheidende snijden van anatomen probeer ik om te draaien door verbindende structuren te benoemen, die zowel voor krachtdoorvoering als voor proprioceptieve taken uitermate geschikt zijn. Je voorbeelden zijn zodanig doorgeslagen dat je het o.a. doet voorkomen dat ik gesuggereerd zou hebben dat de biceps brachii de voet zou kunnen heffen. Ik gaf tevens een voorbeeld van in de onderarm verbonden vingerflexoren (FDS) bij de krachtgreep.

Ik vertelde over efficiency van bewegingsketens. Mijn visie is dat de motorunits in het ruggenmerg, aangestuurd door centrale commandocentra, spieroverstijgend complexe bewegingsketens in werking zetten. Het zenuwstelsel denkt niet in spieren, maar in sturing van motorunits en bewegingspatronen.

Krachten lopen niet alleen van origo’s naar inserties, maar worden tegelijk ook intra- en intermusculair doorgeleid naar naburige en eventueel ook antagonistische componenten. Dit lijkt je energetisch niet zo nuttig. Maar het oudere musculaire principe van massa-veersystemen en de principes van co-contractie voor complexe bewegingstaken maakt duidelijk dat het eenvoudige agonist-antagonist beeld niet voldoet bij functioneel bewegen.

De beschrijving van poly-articulaire krachtoverdracht van Van Ingen Schenau was voor mij een openbaring, die werd gecompleteerd met de myofasciale krachtoverdracht, waar oa. Huijing en medewerkers onderzoek naar doen. Fascies zijn niet alleen scheidende vliezen, maar ook verbindende structuren. Het tensegrity-model helpt in het visualiseren van krachtdoorgeleiding. Wellicht is het economisch principe juist gediend met het doorleiden van krachten i.p.v. met afzonderlijke krachten van spier(groep)en. De krachtdoorleiding bv via thoracolumbale bindweefselfascies optimaliseert flexie/extensie van de wervelkolom. Het zou ondoenlijk zijn om alle intervertebrale verbindingen slechts mono-articulair te sturen.

Nu blijkt dat fascies intensief zijn geïnnerveerd en spierspoelen en Golgi-sensoren zich bij wanden van fasciebladen concentreren, lijkt me de proprioceptieve functie van het aldaar meten van spanning en vervorming ten behoeve van gecoördineerd bewegen onontkoombaar. Dit werd overigens al in de tachtiger jaren beschreven.

Een enkel exemplarisch voorbeeld van myofasciale krachtoverdracht kan al verhelderend werken. Bij  spastici kan de m. rectus femoris via replantatie van de insertie naar dorsaal tot kniebuiger worden gebruikt om lopen te vergemakkelijken. Het fenomeen dat na operatie en re-educatie met M.r.f.-elektrostimulatie kniestrekking i.p.v. kniebuiging optreedt, duidt erop dat de rectus interfasciculair met de omringende strekkers bleef verbonden. Hieruit blijkt dat die myofasciale krachtoverdracht dus substantieel is, want deze “verpest” het verwachte buigend moment na de operatie.

Zonder uitvoerige details en bewijslast in deze blog te geven, zou ik willen adviseren de volgende bloemlezing aan referenties te raadplegen voor een beeld van de fasciale “state of the art”.

 -Fascia research II. Basic science and implications for conventional and complementary health care.  Ed. Huijing P et al. Elsevier 2009.

Maas H. Myofascial force transmission. Intra-, inter- and extramuscular pathways. Proefschrift Vrije Universiteit A’dam 2003.

-Schleip R et al. Fascia, the tensional network of the human body. Churchill Livingstone/Elsevier 2012

-Myers TW. Anatomy Trains. Myofascial meridians for manual and movement therapists. Churchill Livingstone Elsevier. Edinburgh 2009

-Wal JC van der.The architecture of connective tissue as parameter for proprioception – an often overlooked functional parameter as to proprioception in the locomotor apparatus. International Journal of Therapeutic Massage & Bodywork: Research, Education, & Practice 2009; 2(4): 9-23.

Je advies: “Kom tot inkeer en doe het niet”, op mijn opmerking dat ik een compleet herziene “Dynamiek” ga schrijven, zal ik niet opvolgen. Op basis van mijn uitgebreide research ga ik gefundeerd verder op de ingeslagen weg. Je laatste zin: “Zo meteen is er nog iemand die het echt gaat geloven en dat zou niet terecht zijn”, is ronduit denigrerend en ik vraag me af of je moeite hebt met ontwikkelingen in de wetenschap.

Hartelijke groet van Jan Jaap